Beste vrienden / belangstellenden,
Groeten uit het regenachtige Nairobi.
Een heel aantal mensen hebben mij de laatste tijd gevraagd hoe het met mij gaat. Ook hebben veel mensen mij gevraagd naar mijn mening en gedachten over GCCI, Gertjan en Margriet, en oud-medewerkers zoals Glenn en Linda, Erwin en Hèlen etc.
Ik vind het eerlijk om mijn verhaal te vertellen, omdat ik zelf ook door een tijd van verwarring ben gegaan. Die verwarring kwam voor een groot deel omdat zoveel mensen die ik waardeerde en vertrouwde negatief waren geworden over GCCI en met name over GertJan Agtereek, en door de verhalen die verteld worden. In je verwarring leer je, maar zeg je ook dingen waar je later spijt van hebt. Maar als mens ga je altijd door ontwikkelingen, en over het algemeen kunnen we zelf de uitkomst van die ontwikkelingen niet overzien. Ik ben heel blij met de mensen die er voor mij zijn geweest gedurende deze periode, mijn ouders, mijn zussen, vrienden. Allen hebben mij op hun manier proberen te helpen en te adviseren. Omdat ik mensen heb laten delen in mijn verwarring en misschien daardoor ook in verwarring heb gebracht, voel ik mij verantwoordelijk om nu mijn conclusies te delen. Daarbij zijn er zoveel mensen met een uitgesproken mening. Achter veel van wat er gezegd wordt kan ik niet staan. Allerlei mensen schreeuwen van alles en ik krijg het gevoel dat velen helemaal niet weten waar ze het over hebben. Nog een erg belangrijke reden voor mij is, dat ik zoveel mensen zie met pijn en verwarring, net als ik zelf. Verwarring over de vele mensen die eerst ‘positief’ waren. Verwarring over wat er nu werkelijk is gebeurd. Verwarring over de visies en dromen die we hadden en de offers die we daarvoor hebben gegeven.
Dus ik kom niet om mensen te overtuigen of iets dergelijks. De meeste mensen die mij kennen, weten dat ik altijd heb gezegd dat ik een hekel heb aan dit gevecht wat voor mijn ogen afspeelt. Ik schrijf mijn verhaal voor die mensen die ik hiervoor beschreef: verward en met oprechte vragen. Ik hoop voor iedereen dat te midden van dit alles, ieders hart blijft uitroepen naar God. Ik geloof dat dat de enige plaats is van waaruit duidelijkheid en leiding kan en zal komen.
Zoals ik beschreef, kom ook ik uit een seizoen van pijn en verwarring. Ik heb een tijd afstand genomen van alles en iedereen om de dingen weer helder proberen te krijgen. Daarom ben ik de afgelopen twee à drie maanden in Kenia op zoek geweest naar ander werk. Het leven in Kenia is niet eenvoudig als blanke. Het gevoel van onveiligheid is altijd aanwezig, de corruptie die uit elke hoek kan komen, de verborgen motivaties van mensen, enz. Het vraagt nogal wat van je als persoon om hier te kunnen werken en wonen. De eerste periode was een tijd van aanpassing, later is het mijn thuis geworden
Daarnaast was ik van plan eerst voor een periode naar Nederland te komen om mijn ouders en andere familieleden te zien. Dat wil ik nog steeds graag. De afgelopen tijd is een bijzondere tijd geweest. Buiten dat het ook moelijk was en confronterend, heb ik bijzondere ervaringen gehad met God die ik niet anders kan beschrijven dan bovennatuurlijk. Op deze plaats waar ik onafhankelijk was van mensen en meningen maakten deze ervaringen dingen weer heel helder en bevestigden het gevoel wat ik de hele tijd heb gehad en ook wat ik heb gezien. Er kwam duidelijkheid, leiding en rust en ik ben God daar heel dankbaar voor. Alles wat ik de laatste tijd zie gebeuren hier in Kenya en in Nederland door o.a. de brief van Glenn, de komst van de verslaggever, de artikelen uit het Leidsch Dagblad, heeft mij alleen maar bevestigd en versterkt in het denken en de conclusies die ik al had gemaakt.
Het is goed dat ik allereerst laat weten waar ik vandaan kom. De afgelopen jaren ben ik met veel van de mensen die deel zijn van dit verhaal nauw betrokken geweest. Ik ken GertJan en Margriet Agtereek al meer dan 10 jaar en heb de afgelopen 5 jaar voor hen gewerkt, waarvan de laatste 3 jaar in Kenia. Ook Erwin en Hèlen Ravensbergen ken ik sinds we nog jong waren. Ze hebben mij voor een tijdje onderdak verleend en hebben zich altijd zorgzaam naar mij opgesteld. Glenn en Linda Siegers stonden het laatste halfjaar ook dichtbij. Ik heb met de meisjes samengewoond in het Vrouwenhuis en ben nog steeds goed bevriend met hen. Later heb ik ook even bij één van hen thuis gewoond. Leden van de band zijn vrienden van mij. Ook met de celebrities heb ik contact. Ik heb door de tijd heen contact gekregen met de persoon die in relatie staat met het kindertehuis hier in Kenia. Hij had mij o.a. vaker hulp aangeboden en ook werk binnen zijn organisatie.
Al met al wat ik hiermee wil laten zien, is dat ik het overgrote deel van alle argumenten heb gehoord. Ik heb vertrouwelijke gesprekken gehad, verslagen gelezen, inclusief de misstandenagtereekgcci weblog. Maar bovenal, ik ken de mensen achter de verhalen, vóór- en tegenstander. Daarnaast zijn er mijn eigen ervaringen en gebeurtenissen waarvan ik getuige ben geweest. Ik heb op diverse plaatsen binnen GCCI gewerkt, bijvoorbeeld in het Vrouwenhuis en ook op het kantoor, waar ik verantwoordelijk was voor de inkomende en uitgaande correspondentie. Natuurlijk weet ik niet alles wat er allemaal is gebeurd, maar teruggrijpend op wat ik hierboven heb genoemd denk ik wel dat ik één van de weinigen ben die in ieder geval gedeeltelijk op de hoogte is van beide kanten. Onder andere door mijn positie temidden van al deze meningen en mensen met wie ik een relatie had, heb ik tijd voor mijzelf genomen om afstand te nemen en tot mijzelf te komen. Ik ben uiteindelijk tot een aantal conclusies gekomen en wil deze graag delen. In deze brief zal ik het verder voornamelijk over twee punten hebben. De handelswijzen waarmee kritiek wordt gegeven en de kritiek zelf.
In de brief van Glenn las ik een gedeelte van een bijbeltekst die hij gebruikte om zijn acties te rechtvaardigen. “Alleen dat wat uit mensen is zal vernietigd kunnen worden en als het uit God is zal het niet vernietigd kunnen worden.” Dit is maar een klein gedeelte van het vers. De volledige tekst uit Handelingen 5 luidt: 38 “ En nu zeg ik u: Laat u niet in met deze mensen en laat hen geworden; want indien dit streven of dit werk uit mensen is, zal het vernietigd worden, 39 maar indien het uit God is, zult gij hen niet kunnen vernietigen; het mocht eens blijken, dat gij tegen God strijdt. En zij lieten zich door hem gezeggen, “ Er wordt helemaal geen rekening gehouden met de context van dit vers. Als je kijkt naar dit bijbelgedeelte in Handelingen 5:27-42 kun je duidelijk zien dat de hogepriester Gamaliël de Farizeeën waarschuwt. Hij zegt dat als het niet van God is, het toch geen stand zal houden. God zelf zal daar voor zorgen. Daarnaast zal het maar blijken wel van God te zijn, dan vecht je niet tegen mensen maar tegen God. Uiteindelijk is zijn conclusie: vecht niet! Ik vraag me af waar ons geloof in God is in dit hele verhaal.
Gedurende de afgelopen tijd moest ik ook vaak denken aan het verhaal van David en Saul. Saul was een man van God geweest. Hij was gezalfd door God om een koning te zijn voor Israël. Op den duur valt Saul in de zonde van waarzeggerij en hekserij door te rebelleren tegen God. Hij wordt bezeten door een boze geest en begint met speren te gooien om David te doden. Uiteindelijk komt hij zelfs op het punt dat hij probeert de geest van de overleden profeet Samuël te raadplegen door naar een waarzegster te gaan .
David daarentegen had een dienende geest temidden van dit alles. Hij was degene die speren naar hem toe gegooid kreeg, bedoeld om hem zijn leven te benemen, door degene die hij zo trouw had gediend. Maar toen hij de kans kreeg Saul te doden, deed hij het niet; hij liet het over aan God zelf. Zelfs toen Saul uiteindelijk stierf door de hand van zijn vijanden zegt David in een rauwklacht over Saul:
2 Samuel 1:20 “Verkondigt het niet te Gat, boodschapt het niet op de straten van Askelon, opdat de dochters der Filistijnen zich niet verheugen, opdat de dochters der onbesnedenen niet jubelen.”
Laat de Filistijnen (staat voor “de wereld”) het niet horen. Mijn conclusie uit dit verhaal is opnieuw, het is niet aan ons als mensen om te bevechten. Daarbovenop zegt David, “Laat de Filistijnen het niet horen.” Nu wordt er samengewerkt met een “wereldse” verslaggever van het Leidsch Dagblad.
Ik ben er persoonlijk getuige van geweest hoe de verslaggever Silvan Schoonhoven van het Leidsch Dagblad zich hier in Kenia heeft gedragen. En ik ben ongelooflijk geschrokken van zijn lage handelswijze om te proberen een negatief verhaal te creëren. Ik ken de meeste mensen met wie hij wilde praten en/of heeft gepraat persoonlijk. Een heel aantal zijn goede vrienden van mij. Ik weet ook wat de mensen hebben gezegd en wat ze niet hebben gezegd. Ook ik zelf heb met hem gepraat zonder nog op dat moment te beseffen waar het allemaal om ging.
Ik kan concluderen dat hij hier met mensen heeft gesproken vanuit een compleet eenzijdig opzicht. Zijn ernstige partijdigheid als journalist kwam heel sterk naar buiten door de manier waarop hij de vragen stelde. In plaats van open vragen, was de vraagstelling erop gericht negatieve ideeën over GCCI en GertJan Agtereek te creëren. Mensen voelden zich in een hoek gedrukt. Al met al werd er geprobeerd een negatieve houding t.o.v. GCCI te vormen. Een duidelijk voorbeeld daarvan zijn de vele positieve getuigenissen over GCCI waar totaal geen aandacht aan is gegeven.
Regelmatig heb ik verhalen gehoord dat het idee werd gegeven aan mensen dat als ze mee zouden werken met het maken van een negatief verhaal het hun zou opleveren, zij het in gelden, zij het in support. Dit soort verhalen van omkooppraktijken zouden zeker in een land als Kenia waar mensen moeten vechten om te overleven, effect kunnen hebben. Daarmee bedoel ik dat de kans groot wordt dat iemand dan naar de mond van de interviewer gaat praten en niet meer de waarheid spreekt.
Zoals ik eerder zei, ik ken bijna iedereen die met de verslaggever heeft gesproken, bij geen van deze geïnterviewden is hun gesprek opgenomen. Ook al kan hij daardoor het verhaal richting geven naar believen, ik zal heel gemakkelijk kunnen herkennen wat waarheid is in dit hele verhaal of wat niet. Ik weet van een aantal van de geïnterviewden dat ze verklaringen hebben gegeven om de werkwijze van Silvan Schoonhoven aan het licht te brengen en om duidelijk te maken hoe er een vooropgestelde en negatieve houding was t.o.v. GCCI. Anderen hebben mij verteld hetzelfde te willen doen of denken er zelfs over andere maatregelen te treffen.
Ik weet niet alles, maar teruggrijpend naar bovenstaande feiten van het gedrag van deze verslaggever en de vrijheid die hij neemt buiten de perken van professionele journalistiek, kon ik niet anders concluderen dan dat hij negatief zou gaan schrijven over GCCI zoals ook bleek uit het artikel van afgelopen zaterdag. Maar wat ik me steeds meer realiseer, het gaat blijkbaar allang niet meer om de waarheid.
Hoe erg ik dit ook vind, ik ben meer nog geschrokken van de mensen die met hem samenwerken zoals Glenn Siegers. Ook hij verklaart dat zijn motivatie is om de waarheid aan het licht te brengen, maar als ik kijk naar het bijbelgedeelte in Matteus 18:15-17, schiet zijn werkwijze en die van anderen ernstig te kort. Dit gedeelte spreekt erover dat als je iets tegen iemand hebt je dat eerst één op één moet proberen op te lossen. Als dat niet werkt, ga dan opzoek naar een middelaar. Als laatste moet je je richten tot de gemeente. Glenn heeft net als anderen nooit GertJan onder vier ogen geconfronteerd, heeft niet bemiddelaars geraadpleegd die vertrouwen hebben van beide kanten of zich tot de gemeente gericht. Maar opnieuw richten we ons tot de wereld. Is dat de manier waarop “de waarheid aan het licht” gebracht moet worden en recht zal zegevieren?
Ook de manier waarop Glenn met de verslaggever heeft samengewerkt heeft mij diep teleurgesteld. Hij heeft mij bijvoorbeeld korte tijd voordat zijn brief uit kwam, en kort voor de komst van de verslaggever, om de adressen en/of telefoonnummers van mensen gevraagd. Hij zei tegen mij dat hij graag weer contact met hen wilde omdat hij ze miste of om goed afscheid te kunnen nemen. Uiteindelijk is het eerste wat mensen kregen negatieve correspondentie over GCCI. Ik voelde me flink genomen door dit verhaal omdat hij mij niet de ware reden van zijn verzoek had verteld, en daarna gebruik werd gemaakt van mijn persoonlijke contacten met mensen.
Ook de brief van Glenn op zich is een manier geweest om mensen op te stoken t.o.v. GCCI. Deze brief werd rondgestuurd vlak voordat de verslaggever naar Nairobi kwam en hij heeft deze daarna in zijn gesprekken met mensen meestal als uitgangspunt genomen. Van verschillende kanten heb ik dan ook gehoord dat deze trip samen met Glenn is opgezet. Daar kan ik ook persoonlijk van getuigen, omdat mij door Glenn was gevraagd om de verslaggever te begeleiden in zijn ontmoetingen met mensen. De reden die daarvoor werd gegeven was dat de mensen mij kennen en vertrouwen en daardoor de reporter zouden vertrouwen. Daar de verslaggever al een vooropgezette houding en mening heeft en hij niet schroomt om negatieve en suggestieve verhalen te vertellen, zal hij door middel van het beoogde vertrouwen zijn bedoelde resultaten proberen te bereiken. Ik heb geweigerd hieraan mee te doen. Maar nog steeds stond ik onder druk vanwege de schuld die mij werd aangepraat, dat als ik niets zou doen ik deel zou hebben aan de zogenaamde kwade praktijken. Ik werd bijna over een lijn getrokken om aan mijn geweten voorbij te gaan omdat er uit het verband gehaalde bijbelteksten werden gegeven.
Eén van de dingen waar ik toen ook voor heb gewaarschuwd, is dat het de meisjes ernstig schade zou kunnen berokkenen door hun in de media te betrekken. Maar daar is helemaal geen rekening mee gehouden. Nu voelen meisjes zich onder druk gezet en gebruikt. Eén van hen zei bijvoorbeeld tegen mij dat ze er over dacht een ander telefoonnummer te nemen als de druk door middel van smsjes en emails bleef aanhouden. Zij vertelde mij dat ze erg geschrokken was van de houding van Glenn in dit hele gebeuren. Een aantal van de meisjes hebben nu dan ook hun respect voor Glenn verloren. Op het moment dat het nodig is, wordt er contact gezocht door middel van emails of smsjes, daarna opeens niet meer. Wie weet dat deze brief ook weer een aanleiding zal zijn om contact te zoeken met hen. Het is verdrietig om te zien dat achter het idee van de goede motivaties de werkelijkheid schrijnend is. Er zijn geen grenzen meer in dit hele gevecht “tegen”. Ook de foto van het huis in het Leidsch Dagblad kan niet anders dan uit de handen van Glenn komen. Waar zijn de normen en waarden gebleven in dit alles? En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen...
Ik kan niet begrijpen waarom je mensen zou moeten opstoken als ze toch al negatief zouden zijn. Ik snap niet dat er zulke verkeerde methodes voor nodig zijn om verkeerde methodes aan het licht te brengen. Waarom zouden er leugens nodig zijn om leugens aan het licht te brengen? Hoe kun je zonde gebruiken om wat jij denkt dat zonde is te openbaren? Houdt dit alles niet een spiegel voor die laat zien wie je zelf werkelijk bent?
Ik ben blij dat mijn ogen zijn opengegaan. Ik geloof dat al het bovengenoemde, de methodes waar mensen gebruik van zijn gaan maken, genoeg zegt. Daarom denk ik dat het eigenlijk niet echt meer nodig is om heel inhoudelijk in te gaan op de kritiek omdat het daar ook niet meer om gaat. Feiten en argumenten bestrijden elkaar over en weer en het is eenvoudig om door de bomen het bos niet meer te zien. We moeten teruggaan naar het begin van alle dingen, onze intenties, motivaties en houdingen, dat is waar het om gaat.
Als ik dan ook kijk naar de vrijheid die men neemt in het oordelen van dingen, sta ik verbaasd. In veel gevallen wordt er naar allerlei meningen van mensen geluisterd of naar artikelen uit de krant. Mensen oordelen zonder te weten waar het over gaat en praten heel vaak anderen zomaar na.
Ik zal een aantal voorbeelden hiervan geven om uit te leggen wat ik bedoel. In de editie van het Leidsch Dagblad van afgelopen Zaterdag staat een foto van het huis in Nairobi. In de eerste plaats lijkt het huis op deze foto veel groter dan het in werkelijkheid is en daarnaast wonen er veel mensen. Onder andere Gertjan en Margriet en de kinderen wonen er, Stef en Bronwynne van Rijn, alle kantoormedewerkers en de meisjes die meewerken in het huis, als laatste eventuele gasten (waardoor een hotel boeken niet meer nodig is). Ook verschillende kantoorruimtes zijn deel van het huis. Het heeft veel weg van een leefgemeenschap. Een huis zoals deze kost in Nairobi tussen de 200.000 à 300.000 euro, daarnaast is het niet eens gekocht, maar is het een huurhuis. De titel van de foto, “Villa van de heer Agtereek,” komt dus ook uit het eigen denken van de schrijver. In het verleden is gekeken naar eventuele goedkopere oplossingen in de vorm van bijvoorbeeld het huren van appartementen. Maar om zoveel mensen onder te brengen met daarbij een kantoorruimte komt alles hoger uit dan nu wordt besteed. Het maandelijkse bedrag dat nu wordt uitgegeven voor de huur is nog geen 2000,- euro.
Dat alle projecten als een nachtkaars zouden zijn uitgegaan is een grote grap en laat het gebrekkige onderzoek zien van de krant en de ongelooflijke eenzijdigheid en partijdigheid. Waarom zouden we zoveel geven qua tijd, energie, etc, niet alleen de mensen hier maar wereldwijd, als dit een grote illusie is.
Het feit dat het “andere” kantoor gesloten is komt voort uit logische redenen. De keuze om dit te doen had simpelweg hiermee te maken dat het kantoor daar niet werkte. Nu is er binnen GCCI een reorganisatie om alles effectiever te laten functioneren en om kosten te besparen door met minder mensen te werken die meer werk kunnen verzetten.
Dat mensen rechtzaken zouden willen beginnen is het idee geweest van de veslaggever zelf.
Dan het feit dat hier niets zou worden gedaan en er gewoon vakantie wordt gevierd, is een grote illusie. Een van de redenen waarom ik me een tijd van alles had losgemaakt is omdat hier altijd hard wordt gewerkt tot in de late uren en ik de ruimte wilde hebben om me op andere dingen te richten. Eerlijk gezegd kan ik wel een betere en meer ontspannen manier bedenken om vakantie te vieren.
Glenn beweert in zijn brief dat de bediening een grote marketingcampagne is. Ik heb zelf gewerkt in het kantoor en de mail behandeld van veel mensen. Het was dermate uitgebreid dat het voor mij een enorme taak was om het systeem voor deze mail te maken. Glenn heeft niet gewerkt in het communicatiegedeelte van het kantoor wat zich bezig houdt met de (internationale) bediening en met alle bijkomende zaken zoals: communicatie, mail, planningen, evenementen etc. Hij kan daarom niet weten wat er zich allemaal afpeelt en heeft afgespeeld binnen GCCI. Ik heb GertJan hier persoonlijk naar gevraagd en hij heeft van zijn zijde gereageerd dat hij er geen vrede meer had om Glenn hierin te betrekken. Nu ik terugkijk kan ik steeds meer begrijpen waarom. Ook het laatste jaar à anderhalf jaar heeft Glenn hier in zekere mate op non-actief gestaan.
Zoals eerder genoemd, ken ik de tussenpersoon van het kindertehuis in Kenia persoonlijk. Kort geleden heb ik hem nog ontmoet en hem samen met iemand anders rechtstreeks gevraagd naar de situatie met het kindertehuis en het verhaal over de weeskindjes. In zo’n ernstig geval had hij natuurlijk direct tijdig GCCI op de hoogte daarvan gebracht zodat er onmiddelijk actie kon worden genomen om zulk leed te voorkomen. Want wie zou er niet alles aan doen om mensenlevens te redden, zeker dat van kinderen? Hij verklaarde dan ook dat er ook geen kindjes overleden zijn.
Ik kan nog wel even zo doorgaan, maar ik wil eigenlijk alleen een impressie geven om mensen wakker te schudden niet zonder schromen aan te nemen wat mensen zeggen en/of wat de media voor plaatje schildert, maar om zelf na te denken.
De conclusie die voortvloeit uit dit artikel komt uiteindelijk hierop neer: GertJan en Margriet Agtereek wonen in een peperdure villa over de rug van vele gedupeerde mensen hier in Kenia. Het meest weerzinwekkende voorbeeld hiervan zijn de overleden kindjes waar GertJan volgens dit bericht verantwoordelijk voor zou zijn geweest. Het resultaat van deze beeldvorming komt duidelijk naar voren in de misstandenagtereekgcci weblog. Mensen wensen GertJan dood of de gevangenis in. Maar nu? Als blijkt dat bovenstaande veronderstellingen opnieuw niet op waarheid zijn gebasseerd, hoe gaan we nu reageren? Zou er nu plaats zijn om voor vergeving te vragen voor het feit dat we zo snel hebben geoordeeld of zoeken we weer naar iets anders? Laat dit niet opnieuw zien dat het niet meer gaat om argumenten in dit hele verhaal maar om de motivaties?
Het is nu heel makkelijk om deze brief af te schuiven omdat ik weer gebrainwashed zou zijn. Dat is wel een hele eenvoudige manier om de mening van mensen te verklaren en onderuit te halen, of om niet na te hoeven denken over dat wat er is gezegd. Alsof iedereen die iets anders zegt dan deze groep niet zou weten waar hij het over heeft. Op heel oneerlijke wijze wordt dit argument vaak gebruikt om mensen te bestempelen als zijnde ja-knikkers of instabiele persoonlijkheden. Het is een manier om mensen te pushen een mening te hebben “tegen,” want als je “vóór” bent, heb je toch geen eigen mening en ben je immers gebrainwashed. Over manipulatie gesproken... Maar om terug te grijpen naar het begin van mijn brief: Ik weet waar ik vandaan kom. Ik heb alle verhalen gehoord. Dit zijn mijn eigen observaties en conclusies. Het is niet zo dat ik het altijd met alles klakkeloos eens zou zijn, dat wordt ook niet van mij gevraagd. Maar één ding heb ik boven alles van Gertjan en Margriet gezien, zij hebben een andere gerichtheid. Van hun kant is er totaal geen druk geweest om hun opvattingen aan te nemen of om bij GCCI te blijven. Zij hebben mij vrij gelaten, wat ik ook zou doen en welke keuzes ik ook zou nemen. Zij hadden een vergevende houding.
Door deze hele brief heen is mijn persoonlijk getuigenis verweven. Van een tijd van verward zijn en nadenken ben ik tot conclusies gekomen. Dit is niet gemakkelijk geweest, maar uiteindelijk ben ik erg blij dat ik de moed heb gevat ongeacht de meningen van mensen terug te gaan naar de mensen met wie ik mij het meest verbonden heb gevoeld. Als er vragen zijn naar aanleiding van wat ik hier heb geschreven, ben ik volledig bereid die te beantwoorden.
Het allerbeste voor iedereen en Gods zegen,
José |